Het is zondag 8 december. Een week na de enorme oorwassing tegen Halsteren 3. De wonden zijn gelikt en we moeten door. Stevige gesprekken met elkaar, kritisch maar opbouwend. Niet 1, maar 2 keer trainen deze week. De neuzen allemaal weer dezelfde kant op en zo’n nederlaag nooit, maar dan ook nooit meer laten gebeuren! Dat is wat er bij een normaal voetbal team zou zijn gebeurd.

Echter hebben we het hier over Dubbeldam 3. En zoals iedere lezer van deze verslagen weet is deze ploeg verre van normaal. Tevens de inleiding voor wederom een in- en intreurige voetbaldag.

Vandaag staat het bijzonder laag geklasseerde Unitas ’30 ons op te wachten in Etten-Leur. Een snijdende koude wind jaagt over het verder prima kunstgrasveld en we werpen onze eerste blik op de tegenstander. Jong, sommige fit, sommige.. niet zo fit. Niet de beste balbehandeling in de warming up. Dit zou toch te doen moeten zijn. Zeker omdat we na de blamage van vorige week nóg minder spelers tot onze beschikking hebben;

Danny Soeteman is van zijn 2.0 notering na vorige week gedegradeerd tot Sweetyman 1.5 en besluit gelijk een weekend verstek te laten gaan. Gelukkig zijn de doelpalen van aluminium in plaats van hout en kunnen we daarom veilig onze huisbever Nick Willemstijn onder de lat zetten. Als je tof kan doen in het 1e en 2e mag je het tenslotte ook bij je eigen ploeg laten zien. Michel Naingollan probeert nog altijd thuis met bamislierten en bamboescheuten zijn hamstrings bij elkaar te houden en is ook afwezig. Patrick ’wie?’ Stolk en Muis Willemstijn worden vandaag voor het laatst als bijzondere afwezigen genoemd. Sommige vragen beantwoorden tenslotte zichzelf al. Bestaat Sinterklaas? Zit de paus aan kleine kinderen? Is Muis geblesseerd? U snapt het wel. Gelukkig hadden we nog de stabiele basis met Reinier Wapperom, Jeroen Burgers, Pieter Bosua en Jesper de Bruijn in de verdediging. Verder konden we rekenen op de onkunde van Axel Bruystens, Robert Schellenbach, Stefan de Meijer en Erik-Jan Tak. Gelukkig hadden we vandaag ook verse versterkingen. Althans, daar gingen we op voorhand van uit. Robbie Olieroek, Moldinho en zelfs Dubbeldam 1 speler Rory van der Weyden waren bereid om ons te helpen.

Rory, Dubbeldam 1, ex-ASWH, ex-IFC.

Rory, die veel scorende ervaren spits die die onbekwame verdedigers in de 4e klasse eens kon laten zien wat voetballen écht is.
Rory, erbij gehaald om ons spitsenprobleem op te lossen in tijden van nood.
Helaas voor ons was het enige probleem wat Rory zondag oploste de toestroom van vluchtelingen naar ons land die principieel weigeren een nieuwe toekomst op te bouwen op een plek waar deze man in een selectie elftal zit. Beelden van Rory z’n spel van afgelopen zondag gingen snel viraal online en verzorgde een wereldwijd rampscenario. Berichten van 20 Tibetaanse monniken die zichzelf uit pure ellende in brand staken en een nieuwe aanwas van leden voor IS die besloten hun heilige oorlog voortaan op deze vroegere spits van formaat te richten zorgden voor het snel offline halen van de beelden. Iets wat het beste is voor iedereen.

Rory, de man met het hoofd van formaat strandbal en toch zó makkelijk in de broekzak van een 4e-klasser past.

Jammer genoeg was Rory zeker niet de enige die ‘niet helemaal zijn dag had’. De wind en het kunstgras zorgden voor gevaarlijke diepe ballen waar de razendsnelle spitsen van Unitas ’30 wel raad mee wisten. Eenieder die denkt dat je dat na een keer of 5 wel door hebt heeft duidelijk nooit op een veld met Reinier Kapperom en Erik-Jan Tak gestaan. Gestuntel, gepruts en verkeerde inschattingen zorgden al snel voor de eerste tegengoal.

Takkie kreeg een bal in de voet en probeerde iets ermee te doen wat hem de afgelopen 5 jaar al niet meer gelukt is; iets goeds. Jeroen keek van 20 meter op gepaste afstand toe. Hij wilde wel helpen, maar hij moest natuurlijk achterin blijven om de buitenspelval op te heffen. Pieter stond als rechtsback heel logisch linksbuiten en Schellenbach was een half uur geleden de sprint gestart om te helpen, maar zou dus zeker 10 minuten te laat aankomen. Tak was in z’n eentje en koos van alle mogelijke opties toch voor hetgeen wat hem het meest natuurlijk ligt; langzaam als een zoutzak al struikelend terwijl de jicht uit z’n oren klotst in elkaar zakken en daarmee de bal meegeven aan de jagende pijlsnelle tegenstander. Ondanks enkele eerdere goede reddingen was Nick kansloos op de breedtepass die na 12 eerdere kansen nu wel bij ons in het net werd geplaatst.

Robbie probeerde nog gevaar te stichten door enkele gevaarlijke ballen in de 16 te plaatsen, maar niemand van Dubbeldam was scherp genoeg om hier iets mee te doen. ‘’Niet genoeg’’, dit somt deze zondag aardig op. Niet sterk genoeg, niet snel genoeg, niet fel genoeg, vooral niet kundig genoeg.

Toen we in de rust de kleedkamers opzochten hoorde we de tegenstander tegen elkaar praten. Dit hadden ze niet verwacht van de koploper. Ze wisten dat we na vorige week te pakken waren, maar zo makkelijk? Sterker nog, dit was bijna de slechtste tegenstander waar ze tegen hadden gespeeld dit seizoen. Bijna de slechtste? Bijna? Dit zegt niemand ons! Dit hoeven we niet te pikken! We zullen ze wat laten zien wat ze nog wel even zal heugen! En zo stond het kort na aanvang van de tweede helft 3-0 voor Unitas. Als we dan toch ten onder gaan doen we het verdomme als de allerbeste slechtste tegenstander ook!

Er werd nog altijd gejuicht door de tegenstander, maar mijn assistent Gnourinho en ikzelf waren niet overtuigd. Dit kon slechter. Dit vroeg om een dubbele wissel; Mol en Overduin erin.

Ah, direct opluchting bij de vertrouwde 4-0. Nu waren we pas écht de allerslechtste. ‘’Bijna’’, hoe durven ze..

Over de wedstrijd zelf valt net zoveel als compleet niets te zeggen. Ik zal iedereen sparen en het bij het laatste houden. Feit is dat we voor vorige week een totaal van 7 tegengoals hadden en nu in 2 wedstrijden er 8 bij hebben gekregen. Hoog tijd voor de winterstop die we nu als Herbstmeister in gaan, maar wat we ook als officieuze kampioen hadden kunnen doen. Die winterstop kunnen we nu gebruiken voor tactische besprekingen. Trainen op overspelen en afronden. Het verzorgen van blessures. Regelmatig sporten om de conditie in ieder geval op peil te houden. Dit is wat een normaal team in deze situatie zou doen. Echter weten we het ook weer na dit verslag; Dubbeldam 3 is verre van normaal..

Zondag 26 januari mogen we weer. IFC is niet onze lievelingsclub om tegen te voetballen, maar zou daarbij weer de ideale tegenstander zijn om de afgelopen 2 weken te doen vergeten en verder door te stomen op onze koppositie. En voor alle voetbalhatende sadomasochisten onder ons; zondag 2 februari spelen we weer thuis en hopen we jullie weer allemaal te mogen verwelkomen langs de lijn!