Selecteer pagina

Competitiestop

Column

 

Eet afgelopen weekeinde was voor mij een vreemde belevenis. In plaats van de traditionele gang op zaterdag en zondag naar de amateurvelden, heb ik het grote scherm in huiselijke kring maar aangezet om toch nog wat voetbal te kunnen zien uit de diverse binnen- en buitenlandse competities.

Voetbal zonder publiek, het doet pijn aan de ogen want sport behoort beleefd te kunnen worden met emoties binnen en buiten de lijnen. In plaats daarvan zag ik totaal verlaten stadions en – in gedachten – sportparken. Nee, ik ben niet voor een livestream gaan zitten, al snap ik dat clubs hun achterban toch nog iets wilden laten zien.

Natuurlijk laaide, na de persconferentie van Rutte en De Jonge, afgelopen week, de discussie op of de competitie niet tijdelijk ‘on hold’ moest gaan. Dat de tweede- en derdedivisionisten wilden doorgaan, dat snap ik nog wel. Zeker in de tweede divisie is er door de aandacht op FOX Sports genoeg om voor te spelen, mits de coronabesmettingen de selecties niet te zwaar aantasten. Maar voor de andere niveaus zeg ik: kondig alsjeblieft een competitiestop af. Hierbij is niemand gebaat. In sommige poules zie je inmiddels al de scheefgroei in gespeelde wedstrijden ontstaan. En dat terwijl we nog maar net begonnen zijn. En de dreiging van een grotere ongelijkheid in gespeelde wedstrijden is groot, want het virus blijft op de loer liggen en ook zullen steeds meer mensen door de weersomstandigheden verkouden worden. En ook bij geringe klachten is testen noodzakelijk, waardoor het risico bestaat dat steeds meer spelers zullen afhaken.

Een competitiestop biedt op dit moment een drastische, maar enig juiste oplossing en hervat pas weer als dat weer kan zodat clubs ook weer publiek kunnen ontvangen. Pas desnoods dan het schema aan, waarbij één keer tegen een tegenstander gespeeld wordt en niet per se uit en thuis tegen die club gespeeld zal worden. Zodat we alsnog de competitie kunnen voltooien en clubs, zoals Rijsoord, niet nog een jaar gespaard worden van degradatie.

Bron: AD de Dordtenaar